Inburgeren in Noard West Fryslân

 

Wilt u inburgeren in Nederland?

U wilt inburgeren in Nederland? Dan moet u de Nederlandse taal leren.
U moet ook leren over het wonen en werken in Nederland.
U kunt  een cursus volgen om dit te leren.
U moet dan ook examen doen. Tijdens het examen laat u zien wat u hebt geleerd.
Als u slaagt voor het examen, krijgt u een inburgeringdiploma. 


Wie moet inburgeren?

Veel mensen die in het buitenland zijn geboren en in Nederland willen wonen en werken, moeten inburgeren. 
Mensen hoeven niet in te burgeren, als ze bijvoorbeeld:

  • jonger zijn dan 18 jaar
  • ouder zijn dan 65 jaar
  • een paspoort van de Europese Unie hebben
  • acht jaar of langer in Nederland waren vóór de leeftijd van 16 jaar
  • via de Korte Vrijstellingstoets zijn vrijgesteld.

Kijk ook op de internetsite www.hetbegintmettaal.nl voor meer informatie.

Wanneer inburgeren?

Als u moet inburgeren hoort u dat van de gemeente, u bent dan inburgeringsplichtig.
De gemeente vertelt u wat u moet doen om in te burgeren en het inburgeringdiploma te krijgen.

Wanneer u geboren bent in de Europese Unie of al een Nederlands paspoort heeft, dan kunt u ook de inburgeringcursus volgen, de zogenaamde vrijwillige inburgering
Hiervoor kunt u contact opnemen met uw gemeente of Traject BV. (zie elders op deze site)


Examen

Het inburgeringexamen bestaat uit twee delen:

  • Een praktijkdeel (één examen)
  • Een centraal deel (drie examens)

Wat is het inburgeringexamen?
Het inburgeringexamen bestaat uit vier verschillende examens. U moet één praktijkexamen doen en u moet drie centrale examens doen. Als u voor alle vier examens bent geslaagd, krijgt u het inburgeringdiploma. 

Praktijkexamen

In het praktijkexamen laat u zien dat u de Nederlandse taal kent. En u laat zien dat u zelf dingen kunt regelen in Nederland.

Hoe doet u praktijkexamen?
U kunt het praktijkexamen op drie manieren doen:

  • u verzamelt bewijzen door middel van een portfolio
  • u verzamelt bewijzen en doet situaties na uit de praktijk, portfolio en 3 assessments.

Centraal examen
U krijgt op de centrale examens vragen over Nederlandse regels en gewoontes. U moet tijdens de centrale examens ook laten zien dat u goed genoeg Nederlands kunt. Er zijn drie verschillende centrale examens:

  • Kennis van de Nederlandse Samenleving
  • Toets Gesproken Nederlands
  • Elektronisch Praktijkexamen

Het kan zijn dat u een vrijstelling heeft voor een of meer onderdelen van het centrale examen, u hoeft deze examens niet opnieuw te doen.

Examen Kennis van de Nederlandse Samenleving (KNS)
Het examen 
Kennis van de Nederlandse samenleving wordt via de computer gedaan. Tijdens het examen krijgt u een aantal korte filmpjes te zien. Bij die filmpjes horen vragen. Bij het ene filmpje horen meer vragen dan bij het andere. Daardoor is het examen niet altijd even lang. De meeste examens hebben 43 vragen. Het kan ook voorkomen dat een examen wat minder vragen heeft. Voor de kans om het examen te halen maakt dat niet uit; u moet minimaal 62% van de vragen goed beantwoorden om te slagen. 

U krijgt 45 minuten de tijd om het examen te maken. Als u bezig bent met het examen ziet u op het computerscherm precies hoeveel vragen u moet maken en hoeveel vragen u al hebt beantwoord. U kunt voor uzelf dus goed bijhouden hoeveel tijd u nog heeft.

Toets Gesproken Nederlands (TGN)

De Toets Gesproken Nederlands wordt via de telefoon gedaan. De toets bestaat uit 48 opgaven. Tijdens de toets krijgt u vier soorten opgaven te horen. U moet zinnen die u hoort herhalen, een kort antwoord geven op een vraag die u hoort, en de tegenstelling geven van een woord dat u hoort. Tijdens het 4e onderdeel moet u gesproken teksten navertellen

U kunt een score behalen tussen 10 en 80 punten. U moet minimaal 37 punten halen om te slagen. De toets duurt ongeveer 15 minuten.

Elektronisch Praktijkexamen (EP)
Het Elektronisch Praktijkexamen wordt via de computer gedaan. Tijdens het examen krijgt u op het computerscherm een aantal praktijksituaties te zien. Bijvoorbeeld iemand die lid wil worden van de bibliotheek, of iemand die een gesprekje heeft met zijn chef op het werk. Bij deze praktijksituaties horen vragen. Bij de ene praktijksituatie horen meer vragen dan bij de andere. Daardoor is het examen niet altijd even lang.

De meeste examens hebben 43 vragen. Het komt ook voor dat een examen wat minder vragen heeft. Voor de kans om het examen te halen maakt dat niet uit. U moet minimaal 73% van de vragen goed beantwoorden om te slagen. U krijgt 60 minuten de tijd om het examen te maken. Als u bezig bent met het examen ziet u op het computerscherm precies hoeveel vragen u moet maken en hoeveel vragen u al hebt beantwoord. U kunt voor uzelf dus goed bijhouden hoeveel tijd u nog hebt.

Het praktijkexamen bestaat uit twee delen. Het eerste deel bestaat uit vragen die iedereen krijgt. Dit zijn vragen over hoe dingen gaan in Nederland. Voor het tweede deel kunt u kiezen uit twee soorten onderwerpen, namelijk 
Werk  of Onderwijs, gezondheid en opvoeding. Deze onderwerpen noemen we profielen.

HOME
Inburgeren?
Aanmelden
Leslocaties NWF
Onze medewerkers
Onze cursisten
Over Stavoor
Over Traject bv
Groep Franeker
Groep Harlingen
Groep St. Annaparochie
Groep Stiens